Onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Statushouders die betaald werk combineren met inburgering leren sneller de taal, bouwen een sociaal netwerk op en vinden zingeving. Maar de combinatie van werk en inburgering vraagt een omslag in de uitvoering en duidelijkheid van de rijksoverheid. Dat blijkt uit het rapport ‘Een vroege start op de Nederlandse arbeidsmarkt’, dat is aangeboden aan Thierry Aartsen, Minister van Werk en Participatie.
Zeven gemeenten en regio’s – Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam, Súdwest-Fryslân, Helmond-De Peel, WSD en Groningen-Drenthe – experimenteerden de afgelopen jaren met startbanen: betaalde banen die statushouders combineren met een inburgeringstraject. Samen bereikten zij ruim 600 deelnemers. Doordat deelnemers inburgeringsuren moeten maken, werken de meesten maximaal 24 uur per week en stromen zij doorgaans niet uit de bijstand. Toch zijn zij vaak sterk gemotiveerd en ervaren ze de werkplek als een effectievere taalleeromgeving dan het klaslokaal.
Het rapport levert concrete lessen op voor gemeenten die met startbanen aan de slag willen.